Opstarten
Volg de stappen die horen bij de configuratie van uw installatie.
RVT
- Schakel de stroom in met de hoofdschakelaar van de RVT. De RVT start automatisch op.
- Wacht tot de logolamp blauw brandt.
- Blijft de logolamp rood, dan is de RVT niet opgestart. Druk in dat geval op de groene knop aan de onderkant van het deksel. Zie RVT – Bediening.
De RVT is operationeel wanneer de logolamp blauw brandt.
RVT + RVB
- Controleer dat de hoofdschakelaar van de RVB is ingeschakeld.
- Wacht tot de logolamp van de RVT blauw brandt.
- Controleer dat beide noodstopschakelaars van de RVB onbediend zijn.
- Druk op de groene knop van de RVB.
Het systeem is operationeel wanneer de transportbanden draaien en de logolamp blauw brandt.
RVT + RVB + RVR
- Controleer dat de hoofdschakelaar van de RVB is ingeschakeld.
- Controleer dat de hoofdschakelaar van de RVR is ingeschakeld.
- Wacht tot de logolamp van de RVT blauw brandt.
- Controleer dat alle noodstopschakelaars van de RVB en de RVR onbediend zijn.
- Controleer dat de witte luchtschakelaar van de RVR op Auto staat.
- Druk op de groene knop van de RVB.
Het systeem is operationeel wanneer alle transportbanden draaien en de logolamp blauw brandt.
Storing bij opstarten
Brandt de logolamp na het opstarten niet blauw, volg dan de stappen voor uw configuratie.
RVT
- Schakel de stroom van de RVT uit.
- Wacht één minuut.
- Schakel de stroom van de RVT weer in.
- Wacht tot de logolamp blauw brandt.
RVT + RVB en RVT + RVB + RVR
- Schakel de hoofdschakelaar van de RVB uit.
- Wacht één minuut.
- Schakel de hoofdschakelaar van de RVB weer in.
- Wacht tot de logolamp blauw brandt.
Stoppen
RVT
Een losse RVT heeft geen transportband om te stoppen. Schakel de stroom uit om de RVT uit te schakelen.
RVT + RVB en RVT + RVB + RVR
- Normaal stoppen: druk op de rode knop van de RVB.
- Noodgeval: druk op een van de noodstopschakelaars.